Wanneer een naaste overlijdt, wacht de nabestaanden een moeilijke tijd waarin veel geregeld moet worden. Zo ook omtrent de huurovereenkomst van de overledene. In het Burgerlijk Wetboek is aangegeven wat er wettelijk geregeld is bij het overlijden van een huurder. In beginsel eindigt de huurovereenkomst als de huurder overlijdt. Het maakt echter een groot verschil of de huurder alleen woonde of samen met een medehuurder. Welke regels op uw situatie van toepassing zijn, leest u hierna. Om u zo goed mogelijk van dienst te kunnen zijn, is het sowieso verstandig om in deze situatie zo snel mogelijk contact met ons op te nemen.
Woonde de huurder alleen en zijn er dus geen personen die de huurovereenkomst zouden kunnen voortzetten? Dan eindigt de huurovereenkomst automatisch aan het einde van de 2e kalendermaand na het overlijden. Een voorbeeld ter verduidelijking: Bij overlijden op 9 maart eindigt de huurovereenkomst op 31 mei.
Zijn er erfgenamen, dan mogen zij volgens de wet de huurovereenkomst aan het einde van de 1e maand na het overlijden van de huurder opzeggen. In het voorbeeld is dat vóór 30 april. In afwijking op deze wettelijke regels, hanteert Vieya een kortere opzegtermijn, namelijk tenminste één kalendermaand na ontvangst van de geldige schriftelijke huuropzegging. Het huurrecht kan niet worden geërfd door de erfgenamen. Het is dus niet mogelijk dat nabestaanden de huur voorzetten.
Bij het overlijden van de huurder wordt de bestaande huurovereenkomst, met alle daaruit voortvloeiende rechten en plichten,overgezet op naam van de medehuurder. U dient hiertoe een formulier wijziging huurovereenkomst in te vullen en samen met een overlijdensakte aan ons toe te sturen.
Kinderen zijn over het algemeen geen medehuurder. Blijft een kind door het overlijden van (een van) beide ouders alleen achter, dan mag het gedurende 6 maanden na het overlijden in de woning blijven wonen. Na deze periode heeft het kind officieel geen recht om in de woning achter te blijven. Indien het een minderjarig kind betreft, dan zullen familie of overheidsinstanties zich uiteraard over het kind ontfermen, zodat het kind een veilig dak boven zijn hoofd behoudt. Betreft het een volwassen kind, dan kan hij/zij in de woning blijven wonen, mits hij/zij medehuurder was. In de overige gevallen zal de bewoner een ander onderkomen moeten zoeken.
Woonde de overledene samen met een inwoner, dan is voortzetting van de huurovereenkomst voor deze inwoner geen vanzelfsprekende zaak. Hij/zij kan nog zes maanden na het overlijden van de huurder in de woning blijven wonen. In deze periode komen alle huurdersverplichtingen, zoals het betalen van de huur en de zorg voor het onderhoud, voor zijn rekening.
Wil de inwoner ook na deze periode van zes maanden de huur voortzetten, dan moet er toestemming aan Vieya worden gevraagd. Als dit wordt geweigerd, dan kan de inwoner binnen deze periode om een uitspraak van de kantonrechter verzoeken. Als deze weigert dan is de inwoner verplicht om de bestaande huurovereenkomst af te wikkelen alsof hij/zij zelf huurder was. De woning moet dus leeg, ontruimd en in een goede staat worden opgeleverd, met achterlating van alle sleutels. Ook is de inwoner huur verschuldigd over de periode na het overlijden van de huurder. Voor huurschulden van de overledene is hij echter niet aansprakelijk. Deze zijn voor rekening van de erfgenamen, voor zover deze de erfenis niet hebben verworpen. Als Vieya akkoord gaat met een voortzetting van de bewoning, krijgt de betreffende inwoner een nieuwe huurovereenkomst aangeboden.